Volgens het opgesteld plan werd de poel op het laagste punt van het terrein aangelegd. Het nodige materieel en mankracht werd ter plaatse gebracht. Er werd ook gebruik gemaakt van een graafmachine die, samen met hulp van leerlingen, een brede houtwal aanlegde. Leerlingen, collega's en ouders werkten overigens goed mee.

Dwarsdoorsnede van de poel
De wanden van de poel moesten zacht hellend zijn, maar zodat het diepste punt toch 100 cm zou bereiken. De afmetingen van de poel zouden 18m op 8m bedragen. Daarna werd een stabilisatielaag van zand en cement aangebracht, waarover de vijverfolie werd gelegd. Overheen die folie kwam dan een beschermdoek om de folie te beschermen tegen wortelgroei. Dan werd het geheel afgedekt met een dikke laag arme vijvergrond en kregen de plantterrassen hun vorm.

Eindelijk kon het planten dan beginnen. Op de diepste plaatsen werden waterlelie en gele plomp geplant. Hierna lieten we water (leidingwater en regenwater) instromen om het opwoelen van vijvergrond te beletten. Binnen de boorden van de poel plantten we oeverplanten. Korter bij de boord kwamen de moerasplanten. Zuurstofplanten zoals waterpest en vederkruid gooiden we her en der verspreid in het water.
Buiten de boord ontkiemden al spoedig grassen en kruiden. Op de plaats waar de poel na hevige regenbuien overloopt gingen vochtminnende planten groeien. Rondom de poel ontwikkelde zich een dichte vegetatie van grassen en biezen die over de boord van de poel heengroeiden. In de zomers moesten we kiezen: het poelwater aanvullen of niet? Een natuurlijke poel valt 's zomers eveneens droog maar in ons educatief reservaatje zou dit geen mooi zicht zijn.
Diertjes brachten we niet aan in het water. Aan de waterplanten die we kochten bevonden zich zeker genoeg waterslakken en hun eitjes. De meeste waterdiertjes zijn vliegende insecten en laten zich vallen in het poelwater. De poel moest zichzelf bevolken ! Wij hebben de fout begaan om toch enkele stekelbaarsjes uit te zetten. Ze doen het uiteraard voortreffelijk maar dit gaat zeker ten koste van de insecten. Ook de eieren van amfibieën zijn niet veilig voor hen. De kinderen schreeuwen het echter wel uit van plezier als ze een stekelbaarsje in hun netjes vinden.
Tijdens de eerste jaren kreeg de poel telkens in het voorjaar en de vroege zomers last van algengroei. Er zijn dan nog te veel voedingsstoffen aanwezig. We probeerden de algen te verwijderen in de mate van het mogelijke. Eens de vaste planten groot genoeg zijn en zich sterk hebben uitgebreid blijft de jaarlijkse algenbloei achterwege.
Uiteindelijk mogen we denk ik besluiten dat het resultaat er wel mag wezen. Dankzij de hulp van vele medewerkers, informatiebronnen, en sympathisanten hebben we het mooie reservaatje 'Dorperveldpoel' tot stand kunnen brengen.
